«

»

apr 11

Waldorf & Statler

Share

Statler&WaldorfEn dan lig je ineens in het ziekenhuis. Buikgriep. Zomaar. Van de een op de andere (paas)dag. Voor de meeste mensen geen ramp om buikgriep te hebben, vervelend natuurlijk wel. Voor mij ligt dat anders. Gezien mijn niet al te gezonde darmtoestand en mijn lage weerstand is voor mij een buikgriep iets riskanter.
Zo slap als een vaatdoek vertrok ik met mijn gezin (of eigenlijk andersom) naar de huisartsenpost in het ziekenhuis, 5 uur later lag ik aan het infuus en betrok ik een kamer op de afdeling vaatchirurgie…op de maag-, darm-, leverafdeling was geen plek meer.

4 bedden, 3 bezet. Ik lig naast de deur. Naast mij, bij het raam, ligt een oude man of vrouw, ik kan het nog niet zo goed zien maar de warrige witte haardos verraadt dat er geen vijftiger of jonger naast me ligt. Tegenover me zit een oud menneke met borstelige wenkbrauwen in een stoel naast zijn bed, aangekleed en wel. Hij houdt goed in de gaten welke bewegingen ik (vooral niet) maak maar zegt niets. Als mijn ware terugkomt van huis met mijn tas met spullen en even laat zien wat hij allemaal heeft meegebracht, gaat Statler (daar doet hij me aan denken) op zijn bed zitten zodat hij goed kan zien wat mijn ware allemaal uit de sporttas tevoorschijn haalt.
Naast mij begint de slapende figuur geluiden te maken, hij moppert in zijn slaap. Aha, dat zal Waldorf zijn!

Gelukkig komt de verpleegster vragen of ik niet liever aan het raam wil liggen: Graag! Als ik bij het raam lig laat ik me met de gordijnen afsluiten van Waldorf en Statler en probeer ik mijn draai te vinden op het ziekenhuisbed. Ik voel me slap, heb oorpijn en mijn hoofd bonkt. ‘IK BEN MIJN GEBIT KWIJT!!’ Statler heeft visite van zijn dochter en (voor zover ik hem kan verstaan zonder zijn gebit) ik kan het hele gesprek tegen mijn zin in volgen. Het bezoekuur is tot 20:00 uur en ik hoop eindelijk te kunnen gaan slapen als de vrouw ruim een half uur te laat vertrekt.
Ogen dicht….Helaas…. de mennekes moeten natuurlijk nog gewassen en omgekleed worden voor het slapen gaan. Ook het volume van de zusters is niet bepaald aan de zachte kant. Ik zet het krakkemikkige ziekenhuiskoptelefoontje op mijn hoofd en zet de radio aan maar ik blijf Waldorf, Statler en de zusters er bovenuit horen.
’s Nachts hoor ik gezucht, gesnurk, gehoest, gemopper en andere vreemde geluidjes die mij van slapende mensen (gelukkig) niet bekend zijn.

De volgende ochtend ben ik gebroken. De zuster komt binnen en opent enthousiast het gordijn wat mij van Waldorf scheidt. ‘GOEDEMORGEN!’ Daar ligt Waldorf dan: onderbroekloos, dekens van zich af geslagen, benen wijd, KOEKOEK! ‘Alstublieft zuster, laat dat gordijn dicht, dit doet pijn aan mijn ogen!’
Als het hele circus aan zusters, artsen, bloedprikkers en schoonmakers is geweest merk ik dat het stil is. Snel ga ik liggen en probeer te slapen.
‘IK BEN MIJN GEBIT KWIJT!!’ Waldorf en Statler hebben elkaar gevonden. Fitter dan ik kletsen (lees: schreeuwen) ze met elkaar en schuivelen ze door de kamer. Steeds als Statler even uit het raam komt kijken, kijkt hij ook even stiekem hoe ik erbij lig. Ik werp hem een boze blik toe, maar die lijkt niet tot hem door te dringen. Als hij ’s middags nog even door de gordijnen heen probeert te koekeloeren ben ik het echt zat, ik besluit om een andere kamer te gaan vragen. Maar dan hoor ik dat beide mannen morgen naar huis mogen; YES!
‘IK BEN MIJN HORLOGE KWIJT!!’ Waldorf. Fit als hij is haalt hij de hele kamer overhoop om zijn horloge te zoeken. Iedereen wordt even gebeld want wie weet… Tevergeefs…
Statler blijkt het verschil tussen nu en morgen niet zo goed te snappen en wordt woest als hij niet met zijn kleinzoon mee naar huis mag. Hij schreeuwt boos tegen de verpleging en smijt met alles wat hij binnen handbereik heeft. Het duurt zeker een uur voordat de arme verpleging hem gekalmeerd heeft.
We gaan de laatste nacht met z’n drietjes in: even doorbijten nog.

‘Hoe laat is het?!’
‘Ik kan het niet zien, het is te donker!’
‘Ik mag bijna naar huis!’
‘Ja, ik ook!’
‘Ik doe de lamp wel even aan!’
BAM fel licht
‘Het is 01:30 uur!’
‘Oh, dan moeten we nog maar even slapen!’
‘Welterusten!’
‘Welterusten!’
‘Ik ben mijn gebit kwijt!!’
‘Houd je kop! Ik wil nog slapen man!’
Gesnurk.

De volgende dag beginnen Waldorf en Statler al discussiƫrend nog maar eens de zoektocht naar horloge en kunstgebit, wederom tevergeefs.
Tussen de middag zijn ze vertrokken! Yes, stilte op de kamer, slapen, rust!! Tevreden ga ik op mijn zij liggen, mijn benen opgetrokken, mijn oogjes dichts, mijn… ‘Mevrouw Schuurman? We komen u naar een andere kamer brengen, er is een bed vrijgekomen op de maag-, darm-, leverafdeling!.’

Share

1 ping

  1. Zomaar een dag » Cyn in het leven

    […] « Waldorf & Statler […]

Reacties zijn uitgeschakeld.